Spelling

In onze maatschappij hebben we veel te maken met geschreven taal. Er wordt van ons verwacht te kunnen communiceren door het schrijven van brieven en e-mails.  Ook moeten we voor studie en werk over het algemeen veel schrijven, bijv. door het maken van aantekeningen, notities voor collega’s, werk- en onderzoeksverslagen. Als je door het fout spellen van woorden niet begrepen wordt, is er dus sprake van een probleem.
In principe zijn er twee manieren om een woord op te schrijven: in één keer, zonder erbij na te denken, of door eerst denkwerk (“cognitieve arbeid”) te verrichten.
Een volwassene zonder spellingproblemen schrijft praktisch alle woorden op de eerste manier. Dat komt doordat veel woordbeelden in ons hoofd zijn opgeslagen, die we vlot kunnen reproduceren. Wanneer er bij een kind te weinig van deze woordbeelden zijn opgeslagen, moet het over de meeste woorden nadenken en verloopt het schrijven langzaam en vaak met veel fouten. Het komt ook voor dat een kind fout opgeslagen woordbeelden in zijn hoofd heeft. Dan zal het kind het woord vlot, maar fout opschrijven. Wat ook vaak gebeurt is dat een kind met spellingproblemen de dicteewoorden snel gaat opschrijven, om er maar vanaf te zijn. Nadenken en nakijken is er dan niet meer bij, met als gevolg alleen nog maar meer fouten.
Na groep 3 leren kinderen woorden schrijven die uit meerdere lettergrepen bestaan. Ze leren onder meer de regels die horen bij open en gesloten lettergrepen. Veel ouders maken zich zorgen als hun kind in groep 4 katen schrijven, of boomen. Dit is echter een van de moeilijkste woordsoorten om te schrijven en veel kinderen krijgen dit pas later onder de knie. Vooral bij kinderen die moeite hebben met spelling duurt het vaak lang voor deze woorden juist worden geschreven. Ook de woorden met een -d aan het eind vormen vaak een probleem. Soms kent het kind de verlengingsregel niet goed, of past deze niet juist toe, maar vaak heeft het ook te maken met een stuk taalgevoel: als je niet weet of het buurten of buurden is, hoe weet je dan of het met een -d of -t hoort?
Vaak is er een groot verschil te zien tussen de dictees die een kind maakt en bijvoorbeeld een briefje dat het schrijft. Op het moment dat het kind een dictee maakt is het helemaal ingesteld op het foutloos proberen te schrijven van de woorden. Maar zodra het geleerde moet worden toegepast, worden daarin veel meer fouten gemaakt. Heel veel kinderen vertonen dit beeld en dat is ook logisch, ze zitten nog in het leerproces. Wanneer iemand u tijdens een cursus vertelt hoe u een website moet bouwen, lukt het u wel. Maar wanneer u, eenmaal thuis, het nogmaals wilt proberen, lukt het waarschijnlijk ook niet meteen vlekkeloos.
Vanaf groep 7 komt de werkwoordspelling ook nog om de hoek kijken en moet het kind ook nog de grammaticale regels onthouden en toepassen.

Als de spelling een steeds grotere achterstand laat zien, of als het zelfvertrouwen van het kind gaat lijden onder de lage spellingprestaties is het zaak om intensief aan het werk te gaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s